We zijn wel iets meer dan een piemeltje of een spleetje, weet Glenn

Eind november 2016  beland ik in Felix Meritis, voor een debat over ‘de status van de (post)moderne man en de invulling van hedendaagse mannelijkheid.’ De zaal zit halfvol vrouwen. Mijn instinct zegt: kritische hoog opgeleide binnenstadbewoonsters die de precies goede man nog niet vonden en willen horen dat het niet aan henzelf ligt. Op hen let ik niet, en ook niet op Rikkert, die in een jurk en met hakken ons in genderverwarring wil brengen. Ook niet op de discussies over ‘de maatschappij’ of ‘de cultuur’ die iets fouts zou doen. Grinniken moet ik wel om de vrouw die briest dat mannen het recht niet hebben op een slachtofferrol. Alsof een gemiddelde man die zou willen.

Verwarring

Interessanter vind ik de psychiater Glenn Helberg (die in 2017 Zomergast zou worden). Hij wijst er op dat mannen van alles kunnen willen, maar dat ze zich eerst eens moeten verhouden tot hun letterlijke mannelijkheid. Die piemel, die bepalend kan zijn voor hoe wij ons voelen en gedragen. Ik had daar tot dat moment nog helemaal niet over nagedacht. En dat ging ik ter plekke doen.
En ik zag het meteen: veel verwarrende gedachten in m’n leven hadden met die mannelijkheid te maken. Letterlijk: onrust in het lichaam, die eruit moest, en onzekerheid: doet-ie het wel, is-ie groot genoeg? Irrationeel gedrag naar vrouwen. Je weet wel: met je hoofd een verstandig gesprek voeren, terwijl de hormonen in je lichaam zich afvragen of het er nog van gaat komen. Probeer dan maar eens te luisteren. Het zal best dat mijn meeste gesprekspartners daar wel rekening mee hielden, en dat ze ook wel iets vonden hebben, maar het zat mezelf nogal in de weg.

Groot houden

Die snappen we allemaal nog wel. Figuurlijk was-ie ingewikkelder: in hoeverre bepaalt de plasser je zelfbeeld? Ik sprak af met Glenn en hij bevestigde wat ik uit zijn verhaal haalde. Dat het groothouden van jezelf samenvalt met het groot houden van je pik, zoals hij het noemt. Daarom vrezen mannen impotentie zo en daarom weigerden verzekeraars destijds Viagra in hun pakket op te nemen: ze zouden er failliet aan gaan.

 

Glenn kan daarom lachen, maar het is bloedserieus. ‘De man is continu bezig met: hoe kan ik mezelf groot houden? Want hij denkt dat dat is wat de maatschappij van hem vraagt.” Die piemel staat daarvoor symbool: is die slap, dan functioneer je niet meer.
Maar de maatschappij is allang veranderd, die vindt dat groot houden niet meer belangrijk. Glenn: ‘Het leven is niet meer winnen of verliezen. Dat je spierkracht nodig hebt. Het leven is voor een deel hetgeen op je pad komt, maar vooral hóe je daar mee omgaat.. Dat oude beeld van de man die sterk moet zijn, zijn vrouw moet verdedigen, het hoofd van het gezin is, oplossingen moet verzinnen vereiste dat die man altijd ’on top’ moest zijn. Maar dat scenario werkte misschien in tijden van oorlog, in primitieve tijden, maar nu niet. Maar een man móet nog steeds een vijand hebben. Bijvoorbeeld in de vorm van een uitdaging, of in sporten’. Helberg (1955) zelf vond recent ook een nieuwe uitdaging: hij kwam op de lijst van Artikel 1., de partij van Sylvana Simons. Zonder electoraal succes overigens, maar dat wisten we toen nog niet.

Piemeltje

Het probleem is, stelt Glenn, dat we onbewust jongens nog steeds aanleren dat ze mán zijn omdát ze een piemeltje hebben en meisjes een vróuw zijn omdát ze een spleetje (Glenn’s terminologie) hebben. Maar het zegt alleen dat ze van het mannelijke en vrouwelijke geslacht zijn. En het gedrag dat dat daarbij hoort, is aangeleerd, niet aangeboren. ‘We vonden tegenwoordig wel dat jongetjes emoties mogen tonen, maar als ze het doen, voldoen ze nog steeds niet als jongetje. Als mannen huilen, vinden we dat nog steeds bijzonder. Waarom? Je bent zoveel meer dan je geslacht!’
Als een jongen nou eerst eens leert hoe het zit met zijn pik, zijn drift, dan kan hij zich ook beter verhouden tot zichzelf en tot anderen, vindt Glenn. Daar komt idealiter een vader aan te pas, want dan heb je een dubbelslag. ‘Want een man kan in zijn vaderschap het voorbeeld voor zijn zoon zijn, en tegelijkertijd, omdat de zorgfunctie erbij komt, zich ook met zijn emoties en onzekerheid verhouden. Al is het maar omdat hij, voor, rond en na de geboorte, vaderschapshormonen aanmaakt die hem verleiden tot zorgen, probleempjes oplossen, intiem worden. Zo kan de biologie de man helpen volledig mens te worden.’

Drift

En hoe zit het met seksuele driften – want daar waren we nog niet eens? ‘Sublimeer die seksuele behoefte. Geef richting aan je driften door betekenisvolle doelen te stellen. Dan kan je harmonieus omgaan met je prikkels. Seksuele drift is óók creatieve drift. We kunnen er de mooiste dingen mee maken’, zegt Glenn. Hij bevestigt wat ik nu al in de praktijk merk. Zo gestresst als ik kan zijn over dit boek, zo ontspannen ben ik naar vrouwen. Zelfs de leukste: er is geen strijd in mijn lichaam. Mijn drift heeft een andere weg gevonden. Ik moest maar proberen dat zo te houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑