Mannengroep prima, ook graag rolmodellen

‘Iedere man kan verantwoordelijkheid nemen voor zijn gedachten, gevoelens en gedrag’

Een reportage in de Volkskrant over een mannengroep op Ibiza maakte deze week veel los. In een podcast daarover, praatte Nathan Vos, voorzitter van de stichting Man O Man, mee over de zin van zo’n reis. Hij juicht het idee achter de groepen toe, maar waarschuwt wel voor de uitwerking en zou liever zien dat de mannen met macht hun verantwoordelijkheid pakken.

Mannen met geld, op een duur eiland, in een spirituele setting, bezig met ademwerk, yoga, deelrondes en oefeningen rond woede, schaamte en seksualiteit. Je kunt daar makkelijk lacherig over doen. Sterker nog, ik deed het zelf ook even. Ibiza. Mannen. Innerlijke glimlach. Zwembad erbij. Het klinkt als een satire die zichzelf alvast heeft ingesmeerd met biologische zonnebrand.

Maar wie alleen lacht, mist iets. Deze mannen gingen niet naar Ibiza omdat ze niets beters te doen hadden, of omdat ze nog een gaatje over hadden tussen padel, private equity en een verbouwing in Aerdenhout. Ze gingen omdat ze blijkbaar ergens anders onvoldoende hadden geleerd om te voelen wat er in hen gebeurt, daar woorden aan te geven en er verantwoordelijk gedrag aan te verbinden. Dat zegt iets over hen, maar nog meer over de cultuur waarin veel mannen groot worden. Hard werken. Doorgaan. Niet zeuren. Zorgen. Verdienen. Controleren. En als het pijn doet: oplossen, weglachen of doorslikken.

Mannen zijn niet emotieloos, ze zijn ongetraind

Daarom juich ik het idee achter mannengroepen toe. Niet omdat mannen daar ineens gevoelige boswezens worden, met blote voeten in het zand en een blik alsof ze net hun baarmoeder hebben ontdekt, wat biologisch gezien toch een opgave blijft. En ook niet omdat een kring, kampvuur of retraite automatisch heilzaam is. Maar omdat mannen oefenruimtes nodig hebben. Veel mannen hebben vrienden, maar geen oefencultuur voor hun binnenwereld. Ze praten over werk, sport, muziek, politiek, geld, kinderen en verbouwingen, allemaal prima en soms zelfs geweldig, maar zodra het gaat over angst, schaamte, jaloezie, mislukking, intimiteit, doodsverlangen of verlies, wordt het vaak stil. Of grappig. Of analytisch. Of praktisch. Dan komt het advies voordat er werkelijk geluisterd is.

Mannen zijn niet emotieloos. Ze zijn vaak emotioneel ongetraind. Ze hebben niet minder gevoel, maar minder taal, minder oefening en minder veilige getuigen. Zonder taal wordt gevoel gedrag. Angst wordt controle. Schaamte wordt cynisme. Verdriet wordt afstand. Machteloosheid wordt boosheid. En boosheid wordt iets waar een ander voor moet bukken, thuis, op het werk, in het verkeer of gewoon in de supermarkt, waar iemand met een karretje toevallig verkeerd staat bij de komkommers.

Foto door Klara op Pexels.com

De wolf in yogabroek

Precies daarom ben ik kritisch op sommige vormen van mannenwerk. Een mannengroep is geen wondermiddel. Het is ook geen therapie, geen sekte, geen spiritueel theater en geen vrijbrief om je woede nog eens lekker uit te leven omdat je toevallig een kussen en publiek hebt. Een goede mannengroep is een veilige oefenplek waar mannen leren voelen wat er in hen gebeurt, woorden vinden voor wat ze normaal inslikken, en daarna de enige vraag stellen die ertoe doet: wat vraagt dit nu van mij in gedrag?

Het wordt onveilig als intensiteit belangrijker wordt dan zorgvuldigheid. Als de leider te charismatisch wordt. Als twijfel wordt gezien als weerstand. Als mannen worden opgejut. Als vrouwen impliciet de vijand worden. Als trauma wordt aangeraakt zonder bedding. Als er geen grenzen zijn en geen nazorg. Dan ben je niet aan het helen, maar oude patronen aan het verkleden als bewustwording, wat ongeveer hetzelfde is als een wolf een linnen yogabroek aantrekken en hopen dat hij vegetariër wordt.

Dat verschil is cruciaal, juist bij woede. Boosheid is niet fout. Boosheid is vaak een signaal dat er een grens is overschreden. Er zit energie in. Bescherming. Soms zelfs liefde. Maar mannelijke woede heeft in onze cultuur al veel ruimte gekregen, en vrouwelijke angst betaalde daar vaak de rekening voor. Dus ja, mannen moeten hun boosheid leren kennen, maar niet om haar groter te maken. Ze moeten leren vragen: wat bewaakt mijn boosheid? Wat zit eronder? Schaamte? Verdriet? Vernedering? Machteloosheid? En vooral: wie kreeg tot nu toe de klappen van iets wat eigenlijk van mij is?

De mannen met de microfoon

Daar raakt het aan mijn grotere ergernis. Niet de mannen die naar Ibiza gaan om eindelijk eens iets te voelen maken mij het meest boos. Laat ze zoeken. Laat ze stuntelen. Laat ze desnoods huilen in een kring, als dat helpt. Mijn ergernis zit bij de mannen die allang een podium hebben en dat zelden gebruiken om volwassen verantwoordelijkheid voor te leven.

De afgelopen jaren zagen we het steeds opnieuw. Bekende mannen, machtige mannen, mannen in media, sport, politiek, kunst en bedrijfsleven, die zichtbaar waren zolang er applaus, winst, prestige of moreel gezag te halen viel, maar opvallend behendig werden zodra hun eigen gedrag ter discussie stond. Eerst kwam de eigen lezing: het beeld klopt niet, de zaak ligt genuanceerder, ik herken me er niet in. Daarna werd het kleiner gemaakt: geen schade, maar stijl; geen machtsmisbruik, maar directheid; geen angst, maar intensiteit. Vervolgens kwamen de hulptroepen: advocaat, commissie, kort geding, hoger beroep, woordvoerder. De man verdween even in de coulissen, met net genoeg mist op het podium om terugkeer later nog mogelijk te maken.

Natuurlijk zijn die zaken niet allemaal hetzelfde. Een zedenzaak is geen angstcultuur. Een vrijspraak is geen veroordeling. Een witwaszaak is geen ruzie op de werkvloer. Procedures zijn nodig, verdediging is een recht en publieke afrekening is lang niet altijd eerlijk. Maar de reflex lijkt vaak opvallend veel op elkaar: de schade blijft buiten beeld, de eigen lezing staat vooraan, en verantwoordelijkheid wordt iets voor later, als het rapport is gelezen, de advocaat is uitgesproken en de comeback voorzichtig kan worden voorbereid, liefst in warm licht en met een interviewer die vooral vraagt hoe zwaar het allemaal voor hém is geweest.

Daar maak ik me boos over. Want macht geeft je een microfoon. Ook als het misgaat. Juist dan. En die microfoon is niet alleen van jou. Als een man met macht hem goed gebruikt, maakt hij het veiliger voor mensen met minder macht om ook te spreken. Niet alleen voor slachtoffers, maar ook voor collega’s, jonge makers, medewerkers, fans, leerlingen, sporters, familieleden, twijfelaars en omstanders. Voor iedereen die eerder dacht: laat maar, tegen hem begin ik toch niets.

Een man met macht die eerlijk zegt wat hij heeft gedaan, of minstens wat zijn positie mogelijk heeft gemaakt, haalt druk van de zwakste schouders. Hij maakt de ruimte eerlijker. Wegduiken doet het tegenovergestelde. Dan moet de melder bewijzen. De medewerker risico nemen. De jonge vrouw zich verantwoorden. De collega kiezen tussen loyaliteit en waarheid. De omstander ineens held worden. Terwijl degene met de meeste macht vaak het meest kan dragen, maar dat blijkbaar nogal eens verwart met het meest handig kunnen manoeuvreren.


Foto door Christa Romp

Ook zonder podium ben je aan de beurt

Dat ontslaat de minder machtige man niet van zijn eigen taak. Ook de man zonder talkshow, miljoenenbedrijf, bestuurskamer of trainerstafel moet verantwoordelijkheid nemen voor zijn gedachten, gevoelens en gedrag. Niet omdat hij alles onder controle moet hebben, want dat is precies de oude grap waar we al te lang in geloofden, maar omdat zijn binnenwereld nooit alleen van hem blijft. Zijn schaamte komt aan de keukentafel. Zijn angst wordt het appje dat hij niet stuurt. Zijn boosheid wordt een deur die te hard dichtgaat. Zijn verdriet wordt stilte waar zijn geliefde tegenaan leeft.

Volwassenheid is geen eindpunt. Het is eindeloos werk. Vallen, opstaan, opnieuw vallen, sneller terugkomen. Soms te laat sorry zeggen. Soms pas na drie dagen begrijpen waarom je zo hard werd. Soms merken dat je weer aan het verdwijnen bent in werk, grapjes, drank, controle of gelijk, die vier ruiters van de mannelijke apocalyps, al klinkt dat misschien wat zwaar voor een donderdagavond op de bank. Volwassenheid is niet dat je nooit meer ontwijkt, liegt, projecteert of overdrijft. Volwassenheid is dat je leert zeggen: dit was van mij. Niet om jezelf te vernederen, maar om de ander niet langer met jouw onvermogen te laten zitten.

Eerst rook ruiken, dan pas brand blussen

Daarom geloof ik in mannengroepen. Als tussenruimte. Niet als vervanging van therapie, zeker niet bij trauma, suïcidaliteit, verslaving, geweld of ernstige psychische klachten. Dan moet je doorverwijzen. Maar wel als sociale bedding. Als preventie. Als plek waar een man kan zeggen: ik trek het niet, vóórdat hij instort of ontploft. Veel mannen zoeken pas hulp als hun leven al in brand staat. We hebben plekken nodig waar ze rook leren ruiken.

Dat hoeft niet op Ibiza. Het kan ook met twee vrienden tijdens een wandeling. In een buurthuis. In een sportclub. In een vaderschapsgroep. Aan een keukentafel. Zet de telefoons weg. Vraag hoe het echt gaat. Onderbreek niet. Los niet meteen op. Vraag: waar schaam je je voor? Waar ben je bang voor dat niemand ziet? Wat vraagt dit van jou in gedrag? En daarna, misschien nog belangrijker: zullen we elkaar over twee weken nog eens bellen, voordat we allebei weer doen alsof dit gesprek toevallig heel mooi was maar verder geen consequenties hoeft te hebben?

De waarde van een mannengroep blijkt namelijk niet in de kring. Die blijkt thuis. Op het werk. In de relatie. In de kleedkamer. Aan de vergadertafel. Worden vrouwen, kinderen, collega’s en vrienden veiliger door wat daar gebeurt? Wordt een man eerlijker, betrouwbaarder, minder alleen met zichzelf? Dan heeft het zin.

Ook buiten Ibiza

Ga dus naar Ibiza, als dat je helpt. Adem een uur door. Huil om je vader, je huwelijk, je gemiste leven. Maar kom dan thuis met iets wat moeilijker is dan voelen: verantwoordelijkheid. Niet nog een verhaal over groei. Niet nog een pose van kwetsbaarheid. Niet nog een comeback in warm licht. Zeg wat volwassen mannen te weinig zeggen: dit was van mij. En laat daarna in gedrag zien dat je het meent.

Pas dan heeft mannenwerk iets met de wereld te maken. Pas dan begint volwassen mannelijkheid niet op een yogamat, maar op het moment dat een man zijn kracht niet langer gebruikt om zichzelf te redden, maar om de ruimte voor anderen veiliger te maken. Ook buiten Ibiza.

Reageren? Contact?

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Plaats een reactie

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑