De eerste polariteit van de man, volledige versie

Hier lees je de complete versie van mijn essay, waarvan ik de korte versie 8 september 2022 uitsprak in De Zwijger en die in het NRC van 10 september op schrift verscheen. In deze versie lees je onder meer ook concrete tips aan mannen

Het einde van het patriarchaat en de macht van mannen, wie weet ook van het kapitalisme dat onze aarde sloopt. Ruim baan voor vrouwen en vrouwelijke kwaliteiten, op naar een maatschappij van gelijkheid, verbinding en vrijheid van achterhaalde normen, waarden en rolpatronen. Ik wil dat wel, u wellicht ook.

Maar eerst een kort verhaaltje, niet onbekend in het mannenwerk.

Het is oorlog, de koning beveelt de mannen te vechten, dus de man staat op, trekt zijn jas aan, loopt naar de gang, en zegt tegen zijn vrouw: “Ik trek ten strijde. Ik hoop jullie weer te zien, maar ik durf het niet beloven.” De vrouw huilt, trekt aan zijn jas en zegt: “Blijf toch. Denk aan ons!” De man krabt achter zijn oren, trekt zijn jas weer uit, en zegt: “Je hebt gelijk ook. De koning kan me wat.” Hij wil haar omhelzen, maar de vrouw deinst terug. Is dit een echte man?, denkt ze.

In de Tweede Wereldoorlog stierven 5,5 miljoen Duitse en 10,7 miljoen Russische soldaten. Iets verder terug, kwamen in de Eerste Wereldoorlog in totaal ruim 8,6 miljoen soldaten om. En zo waren er nog honderden oorlogen die vele miljoenen soldatenlevens eisten, en ik vermoed dat dat voor minstens 95 procent mannen waren.

Die daar niet per se voor gekozen hadden. Dat hadden de generaals – mannen – voor ze gedaan.  Als je als jongen volwassen werd, moest je maar net het geluk hebben dat je land niet in oorlog was. Voor hetzelfde geld werd in je in 1916, Nieuw Zeeland, ingescheept op de Port Lyttelton, om na een reis van maanden, een dag na aankomst, bij de Somme doorzeefd te worden door de Duitse infanterie. Of je zat, de pubersnor amper ontloken, in 1943 met het Rode Leger vast in Stalingrad met de keuze te sterven door kogels achter je of kogels voor je.

Door naar het hier en nu. We dachten er vanaf te zijn, maar dankzij Vladimir Poetin worden Oekraïense mannen die naar Nederland zijn gevlucht, soms met de nek aangekeken. Moeten zijn hun land niet verdedigen? Of, niet zo heel lang geleden, toen IS huishield in Syrië en Irak, zetten ze bij binnenkomst eerst alle mannen, vanaf een jaar of 14, in vrachtwagens, reden het dorp uit, om ze een kogel door het hoofd te jagen. Zo, geen last meer van de mannen, aldus de andere mannen.

Een mannenleven is, zo kunnen we wel stellen, minder waard dan een vrouwenleven. Zelfs in de Nederlandse wet stond tot een paar jaar geleden dat mannen wel onder de dienstplicht vielen, dus kunnen sterven voor koning en vaderland, en vrouwen niet. Dat is aangepast, maar wetten volgen de cultuur en cultuur verandert niet zo snel. Zeker niet als de cultuur vrijwel direct volgt uit de natuur.

Buiten die oorlogen slokten natuurlijk ook nog de mijnen, de fabrieken, de bouw en meer mannen op. Sowieso het huis en gezin uit, regelmatig een vroege dood in, al dan niet bespoedigd door een van de vele varianten van zelfvernietiging die ons ten dienste staan.

Een mannenleven is, zo kunnen we wel stellen, minder waard dan een vrouwenleven

Het is in zekere zin ook niets om je boos over te maken: een man, of een mannetjes-zoogdier, is biologisch gezien nu eenmaal minder nuttig dan het vrouwtje. Als ons enige doel voortplanten zou zijn, tenminste. Je hebt er maar een paar nodig, die dan misschien wel de tijd van hun leven hebben (zo is de biologie dan ook wel weer), om een gemeenschap te laten bestaan.

Dus de man weet dat: hij is, ten diepste, overbodig. Maar hij is ook een mens, hij denkt dus hij bestaat in het hier en nu en hij wil op z’n minst overleven. Maar hij wil ook gezien worden, aangeraakt en geliefd, ertoe doen en – weer ten diepste – onsterfelijk zijn. Voortleven.

Maar ja: geen baarmoeder. En ook geen lichaam dat maandelijks duidelijk maakt dat hij stil te staan heeft en dat hem leert omgaan met verlies, zoals een vrouw haar eicel kan verliezen. Geen ontwikkeling van borsten, waardoor hij gedwongen wordt zich te verhouden tot de ogen – en meer – van anderen. Geen overgang, waar een lichaam een vrouw, opnieuw, duidelijk maakt in welke fase ze zit. Nooit de ervaring van het dragen van een ongeboren vrucht. Weinig mannen zullen er jaloers op zijn, maar het is interessant om te bedenken dat de man zo ook iets onthouden wordt.

Kortom, mocht u zich afvragen waarom mannen doen wat ze doen (en waarom dat soms fantastisch is en soms verschrikkelijk is): de man handelt vanuit onmacht. Hij weet zijn overbodigheid, hij weet dat hij het mens-zijn zelf uit te zoeken heeft en zijn lichaam hem daar niet bij helpt. En vanuit die onmacht beweegt de man naar macht, altijd weer. Dat noem ik: de eerste polariteit van de man.

Maar al te vaak ten koste van de vrijheid van vrouwen. Kort door de bocht: de vrouw verliest haar vrijheid, de man verliest zijn leven.

Om deze polariteiten te temperen verzonnen gemeenschappen betekenisvolle rituelen zoals ontgroeningen, het memoreren van heilige teksten, in zekere zin ook het leger en het halen van het rijbewijs, waarmee de jongens in ieder geval wisten dat ze geen jongens meer waren. Maar mannen, die de macht, of de vrijheid, toekwam.

In de polariteit toonden zich onsterfelijke kunstenaars en inventieve ondernemers, grensverleggende sporters en onversaagde avonturiers, maar ook wrede generaals en terroristen. Allemaal op zoek naar onsterfelijkheid. Waarbij een geschat vermogen van 200 miljard dollar, zoals de eerdergenoemde Poetin wordt toegeschreven, blijkbaar nog niet genoeg is om zich man genoeg te voelen. Dat gebeurt, vrees ik, pas als wij allen hem uitroepen tot hoogste leider van de vrije wereld.  

Want dat is het probleem met de polariteit onmacht-macht, sterfelijkheid – onsterfelijkheid. Wanneer is het genoeg? Of ben je er al als je de sterfelijkheid hebt uitgedaagd? Dat verklaart misschien waarom zoveel mannen in de Great War vrijwillig de bajonetten oppakten en uit de trenches sprongen, en waarom die gastjes van de Mocro Mafia een zeer kort leven als aanvaardbaar risico zien, voor een Rolex om de pols en in een Lamborghini de ring A10 op.

Wanneer is het genoeg?

Bij vrouwen, vermoed ik, zijn de polariteiten minder extreem: die kunnen beter pas op de plaats maken, in het hier en nu. Niet alleen door de cycli van hun lichaam, maar ook omdat ze beter dan mannen weten dat ze het niet alleen kunnen en hoeven, dat het ‘zijn’ minstens zo belangrijk als het ‘doen’.

Misschien verklaart dat ook de steeds voortdurende miscommunicatie tussen vrouwen en mannen.  Want die knaap die op z’n best elegant of onhandig en op z’n slechtst intimiderend en grensoverschrijdend mijn dochter van zestien wil versieren, kan aan diezelfde eerste polariteit onderhevig zijn.

Niet altijd, gelukkig. De een, de jongen die wel goed gehecht is, die het man zijn is voorgedaan door zijn vader, durft bij zichzelf te blijven. Zich te laten zien, uit te komen voor zijn verlangens en gezonde intimiteit op te zoeken. Vindt mijn dochter op z’n minst goed gezelschap, denk ik. Maar de ander is onmachtig, hij weet niet hoe, zijn lichaam communiceert slecht met zijn hart en zijn hoofd, dus hij gaat zich verstoppen. Zich uitsloven, verdoven, soms misdragen, of juist naar andermans verlangens te leven, omdat hij hoopt dat hij zo wel gezien wordt. Maar zo vermijdt de man juist het echte contact waar hij zo naar snakt en stelt hij daarin zichzelf en de ander telkens teleur.

De ellende is dit niet vanzelf oplost. Sterker nog, onderhuids kan deze uit onmacht voort groeiende onvrede en zelfhaat zich opstapelen. Effectief verhuld door relaties, carrières, gezinnen, vriendschappen en andere waardevolle doekjes voor het bloeden die de polariteit toedekken. Die een man gelukkig kunnen maken, omdat hij zich gezien weet, desnoods ten koste van zijn eigen behoeftes.

Vaak zien we dat de man die rond middelbare leeftijd hoopte te oogsten, ontdekte dat het zaaien hem weinig had opgeleverd. Dat hij aan de rollen die hij dacht te moeten spelen – toegewijde vader, trouwe partner, ijverige werknemer, loyale zoon, attente buurman, enzovoort – weinig had overgehouden. Een leegte, toch weer onmacht. Niet voor niets zijn mannen tussen de 40 en 70 de grootste risicogroep voor suïcide – en wat fijn dat 113 Zelfmoordpreventie net subsidie heeft gekregen om met die groep aan de slag te gaan.

Ik ben een broer in deze categorie, vader van drie zonen, standaardantwoord ‘goedgoed’, aan zelfdoding verloren en ik sprak en spreek regelmatig nabestaanden of bekenden van dit soort mannen. Die onmachtig bleken, niet hadden geleerd met emoties om te gaan, en waarbij de angst en het verdriet als woede naar binnen klapten.

Mannen hebben hierin nog een lange weg te gaan, maar een voordeel bij dit nadeel is dat onze aarde het patriarchaat, en daarmee het kapitalisme in de oude vorm, niet lang meer verdraagt. Want die polariteit van onmacht naar macht heeft vooral tot economische macht, aandeelhoudersmacht geleid. Immers: wie geld heeft, kan onsterfelijkheid kopen. Maar dat gaat dus niet meer.

Liever vandaag dan morgen staan mannen – te beginnen die tussen de 40 en 70 – stil bij de polariteit en proberen ze eruit te stappen. Niet te denken: waar heb ik recht op, of hoe kan ik zoveel mogelijk, of wat verwachten ze van me? Maar in het hier en nu pas op de plaats te maken bij hun ware behoeftes en verlangens. Gezonde autonomie te vinden door volstrekt eerlijk te zijn tegen zichzelf en naasten te zijn, hoe pijnlijk dat misschien ook is. Dat is niet egoïstisch, dat is sterk.

Hoe doet je dat? Begin maar eens met elke dag rustig in en uit te checken, ook met en bij je partner, als je die hebt. Adem een paar keer diep in en uit, als het spannend wordt. Dan valt het vaak best mee. Accepteer dat je verlangens helemaal niet per se vervuld hoeven, maar op zichzelf kunnen bestaan. Neem binnen je relaties de liefde aan die je aangereikt wordt en durf te buigen voor wat groter is dan jezelf.  Zoek iemand bij wij je tot rust kan komen. Accepteer wat je niet kan veranderen en bedenk daarbij altijd dat jij niet je emoties bent.

Liever vandaag dan morgen staan mannen – te beginnen die tussen de 40 en 70 – stil bij de polariteit en proberen ze eruit te stappen

Cruciaal voor mannen: zoek andere mannen op. Durf daarin ook nieuwe contacten aan te gaan. Voer de eerlijke gesprekken over behoeftes, verlangens, onmacht, verlies en whatever makes you tick met ze, die je niet met je partner kan voeren. Ervaar daar hoe is het is om niet de enige te zijn die zich onmachtig voelt. En als je toch bezig bent: zoek je vader op. Ook al leeft hij niet meer. Onderzoek hoe hij – die het jou immers voor had moeten doen – het deed: man worden en mens zijn. En ga ook daar zonder oordeel in.

En een goede: onderzoek of dat emoties die met je aan de haal gaan, wel van hier en nu zijn, of iets van daar en vroeger. Dient het gevoel je niet? Bedank het en neem er afscheid van. En de op een na laatste tip ontdekte ik pas kortgeleden, hoe voor de hand liggend ook. Als je zelf maar een beetje voelt dat je sjoemelt – met je gedrag naar anderen, je gedachtes, je gevoelens – dan ben je dat ook aan het doen.  Handel vervolgens integer en wees jezelf dankbaar dat je het ontdekt hebt. Daaruit volgt de laatste tip: hou van jezelf. Je bent echt goed genoeg.

Als mannen oprecht van zichzelf houden, daar geen idioot gedrag voor nodig hebben, kunnen we af van dat patriarchaat – en daarmee van het kapitalisme, en daarmee hopelijk van de klimaatcrisis.

En van de man die ten strijde moet, om aan de vrouw te bewijzen dat hij ertoe doet.  

Een gedachte over “De eerste polariteit van de man, volledige versie

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: