Waarom het taboe op mannengevoel wel mag verdwijnen

Natuurlijk voelen mannen van alles, en laten ze het nog zien ook! Zie Ajax en Tottenham woensdag; niet alleen de mannen op het veld, maar ook daar buiten gingen de remmen los. Ook bij mij op de bank wisselden blijdschap, boosheid, angst en verdriet stuivertje dat het aan aard was. We kunnen het wel.

Maar het zo zo veel fijner zijn als we er ook op andere momenten goed mee konden omgaan. Die emoties van ons. Die er gewoon zijn, of we willen of niet. Maar waar we meestal weinig van willen weten – vooral niet van angst en verdriet.

September 2017, bij het uitkomen van mijn boek Man O Man, schreef ik dit artikel voor de Libelle. Daar werken lieve mensen, die een magazine maken voor lezeressen die het er maar mee te doen hebben, die mannen.

Dat je de gang in loopt, de trap opgaat, de deur opent en naar links kijkt. En dat daar je broertje ligt. In zijn eigen bed. Zijn ogen dicht. Hij slaapt niet. Je breekt.

Dat je in een vreemde stad in een vreemd gebouw een kamertje binnen moet waar je man ligt. Die ’s ochtends nog naast je lag boterhammen ging smeren en ajuus, of doei zei. En nu moet je hem van de agent gaan identificeren. En is je leven niet meer wat het was.

Het tweede overkwam Karin, zoiets overkwam Anika, Carla, Astrid, Janine, Chris, Daniëlle, Margot, Miranda, Peggy en Reinou. Dat je echtgenoot zichzelf doodt. Je kan het je niet voorstellen, maar het gebeurt dagelijks. Het eerste overkwam mij.

In Nederland sterven zo’n 1250 mannen per jaar aan suïcide, tegen ruim zeshonderd vrouwen. En dat zijn niet alleen gescheiden mannen, of oudere weduwnaars, of junkies. Mannen bij wie je je iets kan voorstellen. Nee, mannen tussen de 40 en 60 zijn van zichzelf een risicogroep.

Ik, Nathan, geboren 5 juli 1971, loop dus een risico. Mijn vrienden, mijn broers. Maar mijn broertje David is al overleden, lente 2015. Een veertigjarige vader van drie fantastische jongetjes, met een lieve vrouw en een mooie carrière in het verschiet. Maar het ging heel snel helemaal mis in zijn hoofd. En nu is hij er niet meer.

Wat er bij hem gebeurd is gaan we nooit helemaal weten, maar ik vermoed dat het een combinatie van acute stress en lang ingehouden emoties is geweest, die hem over het randje duwde. Misschien was hij toch niet zo gelukkig als hij claimde te zijn. En niet zo bestand tegen tegenslagen. En nu was hij er niet meer en moeten een gezin, een moeder, zus, broers en vrienden vanuit verbijstering en verdriet overeind krabbelen. Dat gaat nog wel even duren.

Het idee dat David niet de enige was, dat er meer mannen in nood rondlopen, daalde bij mij een paar maanden na zijn dood in. Eerst was er de verbijstering: waarom heeft hij dit gedaan? Toen de paniek. Wat nu? Boosheid: Hoe konden we dit laten gebeuren? En natuurlijk het verdriet. Wat een zonde. Wat een verschrikkelijke zonde. Ik wacht nog op acceptatie. Dan schijnt de cyclus rond.


Ik wacht nog op acceptatie. Dan schijnt de cyclus rond

Maar al snel wist ik dat wat David overkwam – een zware depressie – mij ook kan overkomen. Ik ben, immers, ook een Vos. Met dezelfde genen, deels dezelfde geschiedenis, deels dezelfde sociale omstandigheden. Maar waar hij een man vol zorgzaamheid, zelfcontrole, gematigdheid was – en daar gelukkig mee -was ik een wildebras, een fuifnummer, een man die z’n energie kwijt moest. Maar ik was natuurlijk ook gewoon een man, en misschien lag daar al een gevaar.

Dat besef begon met een goede vriend die in een depressie én een scheiding belandde, die beide enorm voorspelbaar waren geweest. Toen de zelfdoding van Joost Zwagerman, toen de volgende vriend die zich met een depressie (en scheiding) meldde. En het besef ik helemaal niet aan het rouwen was, maar dat ik vooral aan het doorbikkelen was. Het verdriet en de angst binnen aan het houden. En keek ik rond: als ik – als man die vrijwel alleen met vrouwen werkt – al niet met mijn emoties kan omgaan, wat zegt dat over de rest?

Ik googelde op ‘mannen en depressie’, en ‘mannen en zelfmoord’. En ik schrok. Ik wist het niet, dat ‘we’ het zoveel vaker deden dan ‘zij’. Vooral tussen de 40 en 60. Ik las over meer vaders van rond de veertig, in vergelijkbare situaties, die in de problemen zaten. Frappant: vrouwen zijn twee keer zoveel zo vaak depressief als mannen, mannen plegen twee tot acht (in oost-europa) keer zo vaak zelfmoord. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te begrijpen dat er een probleem zit in de manier waarop mannen met problemen omgaan. Namelijk: niet. Of: alleen.

Je hoeft geen psycholoog te zijn om te begrijpen dat er een probleem zit in de manier waarop mannen met problemen omgaan

En zo werd het idee voor een boek over mannen geboren. Wat is er met ze aan de hand? En wat kunnen ze doen? Moeten ze hun eigen geluk niet serieuzer nemen? En ik moest onderzoeken waar wij Vosjes vandaan kwamen. Ouders, grootouders, thuis: je krijgt er altijd een tikkie van mee. In ons geval: een familie met aanleg voor depressie, een christelijke opvoeding vol schuldbesef en een vader vol driften. Scheidingsellende die er bij mijn nog thuiswonende broertjes inhakte, maar bij mij dan weer niet.  

Ik las, luisterde en onderging van alles. Ik enquêteerde mannen. En ik ging met vrouwen praten. Weduwes van zelfdoders, elf uiteindelijk. Hun namen las je hierboven. Ik zocht naar verhalen die leken op het verhaal van mijn broer. Gewone, sociaal en maatschappelijk functionerende mannen, met een gezin en welvaart. Over wie je je geen zorgen maakte. Maar toen ging het schuiven in hun hoofd, toen ging het hard schuiven en maakten ze er, bijna altijd onverwachts, een einde aan.

Clemens, die tijdens het toetje naar boven stormde en zich op zolder van het leven beroofde. Anika vroeg zich af waar hij toch bleef. Pieter zou naar de huisarts gaan voor z’n antidepressiva, maar ging urenlang fietsen. En zag het spoor. Paul was gezin en al in een huisjespark, ging even in de buurt tanken, en bleef maar weg. Astrid hoorde de sirenes, en toen de agenten kwamen aangelopen wist ze het al.

Paul was gezin en al in een huisjespark, ging even in de buurt tanken, en bleef maar weg

Haar Bart was zo slim, vertelde Janine, en met zo veel humor. ‘Een snelle denker, een mooie man ook, met een ontzettend aanstekelijke lach.’ En nu is hij er niet meer, en draagt ze niet alleen het verlies, maar ook het schuldgevoel en de twijfel. Had ze anders met zijn depressie moeten omgaan? Maar ze moest toch ook de kinderen beschermen? Eric is alweer tien jaar dood, en Chris heeft het wel een plek kunnen geven. Maar de tranen komen weer omhoog, in ons gesprek, en achteraf vindt ze dat wel mooi. ‘Want wat al vele jaren achter me ligt zo dichtbij laten komen is telkens weer thuiskomen bij mezelf.’

Er was een gemene deler, niet toevallig een van de speerpunten van mijn boek. De mannen die zichzelf van het leven beroofden, vonden dat ze faalden. Dat het niet goed genoeg is wat ze doen. Dat de wereld altijd meer van ze vraagt. Dat ze, vaak tussen hun veertigste en zestigste, de balans gaan opmaken, en die slecht uitpakt. En dan kan de twijfel toeslaan. En dat idee dat je faalt is, vind ik na alles wat ik heb gehoord, meegemaakt en gelezen, een gevaarlijk idee.


De mannen die zichzelf van het leven beroofden, vonden dat ze faalden

Natuurlijk: ook vrouwen kennen ook onzekerheid. Maar de meeste vrouwen hebben geleerd om hun problemen te delen. Waarmee die al meteen draaglijker worden, omdat vrouwen merken dat ze niet de énige zijn. Kwetsbaarheid tonen om verbinding te maken. Veel mannen kunnen dat niet. Hulp vragen is, immers, een teken van zwakte. Ze lossen het zelf wel op.

Waar dat idee vandaan komt, zocht ik ook uit. Kort gezegd: wij moderne mannen leerden nooit man worden – bij gebrek aan een vader of een rolmodel die ons hielp – en wij mannen voelen (al miljoenen jaren) onbewust dat wij moeten strijden. Vooral tegen andere mannen.  En daar zijn we ons amper van bewust, en daarom onderdrukken we juist de gevoelens die ons mens maken. Angst, verdriet en zelfs blijdschap? Hebben mannen moeite mee. Alleen met boosheid kunnen we wat. 

En ik bevroeg, in een enquête, mannen over hoe ze in het leven staan. Niet om ‘harde’ data te verzamelen maar om de verhalen. Ik kreeg vooral respons op de vraag of ze de relatie met hun vader konden beschrijven. De ene keer huiveringwekkend, de andere keer aaibaar.

En wie weet, heb ik iets kunnen schrijven dat bij mannen landt. Wie weet, want wij mannen hebben niet de neiging dit genre te verslinden. Tegelijkertijd lazen we ‘Gijp’, ‘Kieft’ en ‘Mijn gevecht’ van Thomas Dekker en ‘Geen genade’ over Andy van der Meijde. Die boeken gaan niet over voetbal of wielrennen, die gaan over mannen in verwarring.


Die boeken gaan niet over voetbal of wielrennen, die gaan over mannen in verwarring

Ik geef niet zozeer antwoorden – ik ben geen psychiater – maar wil mannen wel oproepen de goede vragen aan zichzelf te stellen. Die dieper gaan dan waar je nu mee bezig bent en meer helpen dan de vraag of jullie genoeg verdienen, of jullie genoeg respect krijgen, of de vraag of jullie elkaar nog net zo mooi vinden als toen jullie trouwden. Maar vraag je af: welke rollen speel je? Durf je toe te geven dat het niet goed gaat? Moet alles perfect zijn? En: wie is je vader?

Want ik weet zeker dat een man zich in ieder geval naar zijn vader moet draaien. Hoe is je relatie? Ligt alles op tafel? Is er respect, gelijkwaardigheid en, liefst, onvoorwaardelijke liefde? Als dat helemaal in orde is, gefeliciteerd. Maar misschien is het iets minder. Zegt hij: ‘ik geef je moeder even’, als je hém belt. Vertelt hij niet hoe het hem gaat en vraagt hij niet naar jou.

Zegt hij: ‘ik geef je moeder even’, als je hém belt

In ons geval: ik weet vrij zeker dat Jan Vos van ons hield, maar hij was onmachtig om ons liefde en veiligheid te bieden. Verscheurd door zijn mannelijke driften enerzijds en een godvruchtig schuldbesef anderzijds. Het gezin hing er een beetje bij, maar vreesde zijn – ook fysieke – tucht. Het resultaat: kinderen die enerzijds héél zelfstandig opgroeiden en anderzijds niemand vertrouwden. Vier broers die zich met vallen en opstaan door het leven sloegen en één broer die dat juist heel verantwoord en netjes aanpakte. Die broer was David.

Ik denk dat we het belang van onze vader onderschatten. Het effect van zijn aanwezigheid en gedrag op ons leven. Al is-ie al jaren dood. Mannen van mijn generatie en daarvoor (zeg: geboren tussen 1920 en 1980) hádden misschien nauwelijks een vader. Die was het kantoor of de fabriek in. Had zelf als kind afgeleerd te huilen. Geleerd sterk te zijn. Misschien had hij geleerd dat hij een zondaar was. Was hij daarom als vader misschien onmachtig om zijn kinderen de optimale liefde en veiligheid te bieden – als hij al wist dat dat nodig was. Hij probeerde het vast.

Van de elf overleden mannen over wie ik gesprekken voerde, begreep ik maar van één dat hij een goede relatie met zijn vader had. Meerdere keren vertelden hun weduwes me: ‘thuis had hij nooit geleerd te praten’, of dat er ‘voor gevoelens vroeger geen plek was’ en ze vertelden ook dat hun man zijn vader minachtte. Haatte zelfs.

Gelukkig genoeg mannen die het prima doen, weten ze hun hun energie goed te richten, en weten wat ze waard zijn. Goede verstandhouding met hun pa of niet, carrière en relatie of niet. Sterker nog: de mooiste kunst, de knapste doelpunten, het beste leiderschap kan voortkomen uit mannen die hun driften, hun emoties, op een goede manier hebben gesublimeerd. Of, zoals mannentherapeut Edwin Holwerda het noemt, ‘het zwaard hebben kunnen richten’.

Gelukkig genoeg mannen die het prima doen, weten ze hun hun energie goed te richten, en weten wat ze waard zijn

Een boel mannen, echter, klooien zich het leven door. Dat is zonde, ook voor hun geliefden. En een deel van die mannen glijdt af naar somberheid, isolatie, depressie of slaat dat in het ergste geval over. Ik vind dat we daar wat aan kunnen doen, en dat dat minder moeilijk is dan het lijkt.

Om te beginnen: een man moet zéker hulp durven vragen, al is het maar omdat het de barrière voor andere mannen kleiner maakt. Als het taboe op mannengevoelens verdwijnt, profiteert iedereen. En als hij dat niet wil vragen: laten vrouwen dan beter op de mannen letten. Zodat we nooit meer naar een kamertje in een vreemde stad hoeven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑