Mannen vertellen over hun vader. Grappig. Schokkend. Verdrietig. Echt.

Een traan. Een zucht. Een grom. Vraag een man naar een anekdote over zijn vader en er gebeurt iets. Er is geen vergelijkbare band dan die tussen jou en je verwekker. Tussen jou en hij, die je rolmodel had moeten zijn. Je held was, wellicht. Maar misschien ook je gesel.

Voor Man O Man bevroeg ik tientallen mannen in een enquete naar hun vader, onder meer. Sommigen deelden een typerende anekdote. De ene is bitterzoet, de andere hartverwarmend. En soms was ik sprakeloos. Met dank, o.a., aan Rick de Leeuw, Erik Jan Harmens, Ronald Giphart en Ivan Wolffers.

 

Frans, universitair hoofddocent (1965)

Hij zette toen ik 7 jaar was een vork in mijn hand omdat ik aan tafel met mijn mes op het bord sloeg. Hij verliet overigens het huis toen ik 8 jaar was.

Rolf, zelfstandig ondernemer (1970)

Samen enigszins beschonken de hond ’s nachts op de keukentafel geopereerd (onderhuids gezwel weggesneden) en dichtgenaaid met ijzergaren, maar ook, met een goede slok op verhalen vertellend aan mij en vooral mijn vrienden na het stappen, terwijl ik dan eieren stond te bakken voor m’n vrienden.

Douwe, advocaat (1972)

Net nadat ik in Amsterdam ging studeren – begin jaren negentig – heb ik mijn vader eens uitgenodigd voor een concert van Oscar Peterson in het Concertgebouw. Ik woonde toen in die buurt en hij bleef bij me slapen. Hij zal toen niet veel ouder geweest zijn dan ik nu ben. Het was een ontzettend leuke en gezellige avond, maar ik herinner me ook de ongemakkelijkheid die ik voelde om die statige man in een studentenkamer te laten slapen.

Johannes, docent hbo (1974)

Mijn vrouw had als Sinterklaas een gedicht geschreven waarin mijn vader erop werd gewezen dat hij eens tijd zou moeten besteden aan zijn zoons. Een week later stuurde hij een mail waarin hij ver- wees naar dat gedicht en een afspraak voorstelde. Blij verrast maakte ik snel een afspraak voor nog een week later. We gingen lunchen in een restaurant bij hem in het dorp. Ik hoopte dat hij nu eens geïnte- resseerd vragen zou gaan stellen over mij en mijn leven. We zaten aan tafel en mijn vader vroeg: ’En… waar zou jij het over willen hebben?’

Rick, zanger, schrijver, presentator, dichter, interviewer (1960)

Ik was zestien en vervloekte mijn dagen op een katholieke jon- genskostschool. In de weekeindes logeerde ik bij mijn vader of ergens anders. Vanaf het moment dat ik Paradiso ontdekte, logeerde ik al- tijd bij mijn oudere zus in Amsterdam. Toen mijn zus me na een paar maanden vroeg of ik daar afspraken over had gemaakt met onze vader, haalde ik mijn schouders op. Mijn zus zei dat ik hem op z’n minst kon vertellen waar ik was. ‘Ik dacht al zoiets,’ antwoordde hij toen ik hem belde.

Ronald, schrijver en columnist (1965)

Mijn vader was een tourdefrancofiel. Mijn vader was geen avonturier, hij hield niet van vakanties of van reizen naar andere oor- den. Zijn vaste plek op aarde was zijn zitstoel bij de leeslamp, naast het tafeltje met de overvolle asbak. Zijn hoogtepunt was de Tour de France. Mijn vader volgde iedere etappe op tv, luisterend naar het verslag op Radio Theo Koomen.

Er was destijds maar één ploeg die er toe deed: Raleigh van Peter Post. Voor mij een gezinsblik weemoed en melancholie. Bekers. Ze- ges. Demarrages. Joop. Jan. Hennie. Gerrie. Henk. Peter. God, wat waren we machtig. Raleigh won alles wat er te winnen viel. Iedere rit werd – in mijn geheugen – gedomineerd door de Nederlanders, die alles onder controle hadden en de kop van het peloton beheers- ten.

Toen Merckx in 1978 stopte maakte dat de weg vrij om de totale macht te grijpen. Raleigh ging voor de winst. Raleigh: dat waren mijn vader en ik. In 1983 kregen Jan Raas en Peter Post ruzie en hield de Raleighploeg op te bestaan. Ik verloor mijn interesse.

Eén keer herleefden onze oude tijden, dat was toen ik in 1999 werd uitgenodigd om de Tour een dagje van binnenuit mee te ma- ken. Dat was het jaar na de zogenoemde Tour de Dopage; de wielersport aardbeefde op haar grondvest.

De tekst op zijn auto gaf Wielaert permissie om als een waanzinnige maniak naar de binnenstad van Amiens te scheuren. Letterlijk iedere denkbare verkeersovertreding werd door hem begaan, maar patrouillerende politiemannen keken alleen maar bemoedigend knikkend toe: Wielaert was geaccrediteerd, wij waren les intouchables.

Toen Wielaerts radioverhaal was ingesproken stelden we ons op langs de weg, wachtend op de koplopers. Tergend en stroperig werd de spanning opgebouwd. Er kwamen politieagenten op motoren. De lokale bevolking begon toe te stromen. Er kwamen auto’s. We zagen in de verte een helikopter. Auto’s. Motoren. Publiek.

Tourflits! Tourflits! Plotseling naderden drie koplopers ons in de verte. We hoorden het kenmerkende getoeter, waarna we werden gepasseerd door wielrenners, volgauto’s en mediamotoren. Binnen vijftien trapperwentelingen was het gedaan.
Toen de renners voorbij waren riep Wielaert: ‘Instappen! Instappen!’
Ik deed meteen wat hij vroeg. Behendig voegde Jeroen zijn wagen in de stoet volgauto’s, om de achtervolging op de koplopers in te zetten, zijn hand voortdurend op zijn claxon. Er volgde een bloed- stollende choreografie voor auto’s, motoren en publiek. Binnen vijf minuten had Jeroen ons vlak achter de drie voorste renners gemanoeuvreerd, en daar bleef hij hangen.
Slik. Even liet ik het wezenloze van de situatie tot me doordringen. We zaten achter de koplopers. Het schoot door me heen: ik hoef mijn rechterportier maar kortstondig open te klappen, om het ver- loop van deze etappe een heel andere wending te geven. We zaten achter de koplopers.
Op dat moment kreeg ik de ingeving om met mijn mobiele telefoon mijn vader te bellen.
‘Zit je te kijken?’ vroeg ik. Voor de hand liggende vraag. ‘Zie je koplopers?’ schreeuwde ik. ‘Pappa, zie je die zwarte Volkswagen links achter de koplopers?’ Het duurde even, maar toen zag mijn vader onze wagen. ‘Zie je die arm uit het rechterraam? Zie je die arm, Pappa? Dat is mijn arm! Ik zit achter de koplopers!’
Uitbundig zwaaide ik naar mijn vader.
Mijn vader had één reactie. ‘Doe je voorzichtig?’ vroeg hij.

Aart-Jan, bureauredacteur (1967)
Mijn vader is er nooit geweest tijdens mijn jeugd. Hij kwam wel- eens langs om wat geld te brengen. Daarmee kon ik dan zelf een cadeau kopen.

Jeroen, fotograaf (1973)
Zijn reactie op mijn coming-out: kut, daar gaan m’n kleinkinderen.

Maarten, ondernemer (1971)

Toen ik vroeger weleens huilde, zei mijn vader: ‘Huilen doe je maar wanneer je moeder begraven gaat worden.’ Jaren later werd onze oudste zoon geboren en zag ik mijn vader huilen en moest toen terugdenken aan zijn eerdere opmerking.

Mark, journalist (1964)

Hij sloeg me in elkaar op de dag dat ik zo oud was als hij toen hij het Jappenkamp in moest. Later kwam ik erachter dat hij zich had verrekend: hij had me een jaar te vroeg aangevallen.

Job, financieel manager (1968)

Ik was heel anders dan mijn vader, qua karakter. Ik was heel hard, mijn vader niet. Ik had wel een harde opvoeding nodig. Die heb ik ook gekregen, het trieste daarvan nu is dat mijn vader een rol moest spelen die eigenlijk ver van hem af lag. Ik besef nu pas dat het heel vervelend voor hem moet zijn geweest, wellicht verdrietig zelfs.

Xander, onderzoeker (1974)

Sinds 1990 heeft mijn vader weleens last van hartritmestoornis- sen. In 2009 zijn er twee stents geplaatst. Mijn vader praat uit zich- zelf niet over zijn gezondheid met mij of mijn zus. Alleen als we er zelf over beginnen krijgen we iets (maar nog altijd niet veel) te ho- ren. Ooit heeft hij een doktersafspraak voor mijn moeder verzwegen, met als argument dat hij haar en ons niet nodeloos ongerust wilde maken.

Harald, editor (1968)

Mijn vader wilde eens met mij praten. Uiteindelijk was het om te klagen dat ik niet vaak genoeg bij hem langs kwam. Ik vertelde hem dat dit mede te maken had met het feit dat ik het lang niet altijd leuk vond om bij hem langs te gaan omdat hij nogal zwaar op de hand kon zijn en vaak na een leuke dag met mij en/of mijn broer en/of zus bij het afscheid alweer in mineur was omdat er – zoals al die keren sinds hij onze moeders had verlaten – een einde kwam aan het bezoek. ‘Maar ik ben een beschadigd mens, ik weet niet hoe ik vader moet zijn, dat heb ik nooit geleerd,’ was zijn antwoord. Met andere woorden: ik moest het maar gewoon voor lief nemen en hem tegemoetkomen omdat hij nu eenmaal zielig was. Ik zei dat ik dat niet accepteerde omdat het al mijn hele leven een negatieve invloed op mij had gehad en daarnaast wilde ik graag wat begrip voor mijn standpunt. Maar dat was ijdele hoop. Uiteindelijk kreeg ik toegesnauwd dat ik maar een zielig leven leidde en dat hij nooit met me zou willen ruilen. Insgelijks ‘vader’, insgelijks.

Erik Jan, schrijver en dichter (1970)

Ik was met mijn vader en mijn broer op Terschelling. We hadden bij veel wodka’s een confronterend gesprek gehad over vroeger. Over hoe hij nog voor onze puberteit het huis was ontvlucht. Hoe hij weigerde alimentatie te betalen. Hoe we jaren geen contact met elkaar hadden gehad. De volgende ochtend werden we wakker met een houten kop. We hadden fietsen gehuurd en trapten het eiland rond. Mijn broer voorop, ik daarachter, mijn vader in de staart. Mijn broer zette steeds meer aan, we gingen harder en harder, het regende. Niemand stelde voor om even wat rustiger aan te doen of zelfs te pauzeren. We trapten en trapten, zwijgend. Wel een uur lang. Daarna was de kater over en stopten we uitgeput bij een café, voor bier en bitterballen.

Ivan, romanschrijver, medisch antropoloog (1948)

Ik was zijn lieveling. Het overgrote deel van onze familie kwam niet terug uit de oorlog, maar hij wel. En ik moest, als eerstgeborene, de familie voortzetten. Daarom heet ik ook Ivan, de niet-Joodse naam die mijn Joodse opa aannam toen hij naar Nederland vluchtte. Mijn vader was handelsreiziger in toiletartikelen en soms mocht ik mee in de auto, als we naar Zandvoort reden. Dan kreeg ik een chocomelletje en nam hij een koffie. Hoe hij achter het stuur zat, met zijn hand een beetje draaiend op de leuning, en met zijn geamuseerde blik, die houding voel ik nog vaak in mijn lichaam. [Doet de beweging na.] Daarmee is hij nog altijd in mij aanwezig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑